vrijdag 19 december 2008

Lettres persanes - I.


1. Antipolitiek en politieke representatie

De antipolitiek (waar «men» zo schrik van heeft) is in wezen een crisis van de politieke representatie, de wijze waarop de «politiek» ons, gewone werkende mensen, vertegenwoordigt. Leterme’s slogan «Wie gelooft die mensen nog?», waarmee hij 800.000 voorkeursstemmen haalde in juni 2007, was in wezen ook een appel aan antipolitieke gevoelens en zonder dit antipolitiek element had hij nooit die massa stemmen gehaald. Alleen geloven de mensen nog teveel dat er naast slechte leiders toch nog ergens een goede leider zal zijn, een witte raaf, een échte Führer. Nu, dik anderhalf jaar later, is ook dit geloof danig weggevreten, zij het dat er nog een hoop lieden zijn die denken dan Jean-Marie Dedecker die «goede leider» zal zijn.

Kortom, de kwestie situeert zich op het niveau van de verhouding tussen mensen en hun leiders, tussen de mensen en zij die hen (in het Parlement en elders) vertegenwoordigen. De mensen zijn immers zelf niet tegenwoordig, ze zijn niet present, maar ze worden ge-re-present-eerd, vertegenwoordigd. In de 20ste eeuw hebben de gewone werkende mensen (van de middenstand tot de arbeidersklasse) gelooft dat hun parlementaire vertegenwoordigers hun belangen zouden verdedigen en hun welvaart en welzijn ter harte zouden nemen: de katholieken werden christen-democraten, de socialisten werden sociaal-democraten, en de liberalen bleven wat ze waren: liberalen. Het ziet ernaar uit dat de 20ste-eeuwse vormen van politieke representatie geen lang leven meer beschoren zijn. De huidige crisis in België, maar ook in Griekenland bv., is in wezen een crisis van die politieke representatie, van het besef bij de mensen dat hun vertegenwoordigers er helemaal niet meer voor zorgen dat de mensen zelf hun zeg hebben, dat ze via de stem van hun volksvertegenwoordiger zelf eigenlijk ook op de tribune van het parlement staan. Zoals de Griekse scholieren en studenten geen vertrouwen hebben in het politiek alternatief voor de conservatieve Nea Democratia van eerste-minister Karamanlis, zijnde de socialistische Pasok van Papandreou, zo heerst ook in België een steeds dieper wordend wantrouwen van de mensen tegenover het geheel van de elite, zowel de Rechterlijke, de Wetgevende en de Uitvoerende Macht. En het gaat hem helemaal niet over de psychologie van Yves Leterme en zijn eenzame koppigheid (zoals Peter Vandermeersch van De Standaard ons aanpraat), het gaat over zijn en hun functie in het politiek systeem dat «democratie» wordt genoemd.

De vraag is: wat is het alternatief? Met andere woorden: hoe kunnen de mensen terug hun zeg hebben in een wereld waar alles met elkaar samenhangt en waar een zucht van een Chinees of een Braziliaan het stadhuis van Gent of Leuven kan doen daveren? Dit lijkt mij de hamvraag. Die vraag verenigt ook politiek en economie. Want de politieke organisatie van de samenleving en de mate waarin wie waarde produceert daarin zeg heeft over die geproduceerde waarde, bepaalt ook de wijze waarop mensen loon voor arbeid krijgen, m.a.w. de wijze waarop ze «meester» en geen slaaf zijn van de wereld die ze via hun arbeid voortbrengen.

De mensen wisten vroeger niet wat in Brussel in rechtscolleges, parlementen, Wetstraten en Koninkijke Paleizen werd bedisseld en in welke taal daar over de dingen gesproken en geschreven werd. Ze konden als het ware amper lezen en schrijven. Ze waren blijkbaar wel bereid te aanvaarden dat bepaalde lieden macht hadden en in weelde leefden. Ze waren zelfs bereid te erkennen dat elke «fractie» om de beurt eens macht en weelde mocht hebben. Zoals mijn moeder altijd zei elke keer toen haar partij de verkiezingen verloor: «De anderen mogen ook eens aan de beurt zijn!» Van «Brussel» had men geen duidelijk beeld of voorstelling: de mensen hebben Brussel pas met de Expo 58 leren kennen. En nu ze wel kunnen lezen en schrijven, verstaan ze ook nog niets van waarover de heren en dames in «Brussel» het hebben. Maar ze weten wel dat ze via belastingen, bedrijfsvoorheffingen en sociale bijdragen een enorm deel van de waarde van hun arbeidskracht (het «brutoloon») afstaan aan een groep lieden die blijkbaar minder en minder bereid en/of in staat zijn hun levenskwaliteit te verzekeren.

2. Salaris en Kapitaal

(wordt misschien vervolgd)

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Je zegt het, daarvoor betalen we ons dan blauw.
Volgens berekeningen van de Europese centrale bank zouden we met 66% van de huidige uitgaven exact dezelfde output kunnen leveren als nu het geval is en daardoor 50 MILJARD euro uitsparen.

34% van de uitgaven is gelijk aan 50 miljard euro en dus is 100% gelijk aan 147,06 MILJARD EURO.
In Belgische frank is dat 5932,4 MILJARD fr.
Dat is bijgevolg de werkelijke prijs van ons bestuur.
De kosten bedragen dus meer dan 14 maal zoveel dan de hoogste schattingen van de geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië waar de politici ons steeds op wijzen. (Terwijl ze daadkrachtig daar naar wijzen wijzen ze niet naar henzelf hé)

Zelfs het bedrag dat we teveel betalen en waarvoor we geen return ontvangen is op zichzelf al 5 tot 10 maal hoger dan dat van de fameuze die zogenaamde geldstromen. Geldstromen die grotendeels wel te verantwoorden zijn omdat ze hoofdzakelijk gebruikt worden voor de sociale zekerheid.

Deze schandalige toestand is werkelijk onaanvaardbaar en men kan zich afvragen wie die onacceptabele afwijking aan de kaak durft te stellen.
Stel je voor welke lastenverlaging op arbeid men zou kunnen doorvoeren met 50 miljard euro.
Nu pleit men ervoor om onze concurrentiepositie te verbeteren door de verlaging van belastingen op arbeid te bekostigen met besparingen in de sociale zekerheid terwijl die besparingen in het beste geval maar een fractie zouden kunnen opleveren van besparingen in de nutteloze uitgaven van ons bestuur.
Het argument dat men dan een grote groep politici werkloos zou maken gaat ook niet helemaal op want meestal bekleden die mensen meerdere bezoldigde mandaten en voor diegenen die dan wel helemaal uit de boot vallen is er altijd nog ons uitstekend sociaal zekerheidsstelsel waarvan deze lieden dan uiteindelijk ook de weldaden zouden mogen smaken. Lang zou die toestand echter niet duren want zoals ze zelf de ganse tijd verklaren is er een overaanbod van openstaande vacaturen die ze dan kunnen helpen opvullen.
Al deze exelenties lopen weg met het geld van elke belastingsbetaler, iedereen van industrieelen, kaders, vrije beroepen, witte sector, arbeiders en bedienden zijn collectief het slachtoffer van de sluwe ruziestokers.

Zonder deze uitermate dure en onzinnige onkosten zou Belgie zeer goed in staat zijn om het beste sociaal zekerheidstelsel in stand te houden en zelfs de kosten te dekken van de expansie van de uitgaven voor de pensioenen die er zitten aan te komen.

Ik heb sterk het vermoeden dat het niet zozeer onbekwaamheid is vanwege onze bewindsmaker die ons in de huidige situatie heeft gebracht maar des te meer kwade wil.
Een kwade wil die de mensen moet verdelen en voor henzelf steeds meer postjes en geld moet genereren.

cedille zei

De mensen kunnen inderdaad lezen. En ze lezen kranten, kijken naar het nieuws. Maar wat er in de chique restaurants of in de wandelgangen bedisselt wordt, dat weten ze niet. Dan zou het allicht ECHT revolutie zijn, een opera hebben ze dit keer niet nodig, onze regeringsleiders zijn een soap- opera op zich